Kees Tabak

Pop fotograaf, meester van de dubbelportretten

Candy Dulfer & Ulco Bed-1989

€ 0,00

Weten wat je wilt
Hij was en is nog steeds een gedreven fotograaf. In zijn visie kun je ook alleen met een flinke dosis gedrevenheid en passie voor datgene wat je doet, bereiken wat je wilt: fotograaf zijn. Ofschoon hij het vak gedevalueerd vindt, is een gesprek met Kees Tabak over zijn fotografie natuurlijk een feest. Omdat er iemand aan het woord is die exact weet waar hij over praat.

Wie aan Kees Tabak denkt, krijgt meteen een plaat van een willekeurige legende uit de muziekscene op zijn netvlies. In dit genre is Tabak ooit begonnen en gaandeweg de jaren uitgegroeid tot een icoon. Om zover te komen, moet je over een ijzeren doorzettingsvermogen beschikken, een flinke dosis talent, werklust en moet bovenal de basis goed zijn. Die basis was voor Tabak de Rietveld Academie. 'Daar', vertelt de fotograaf, 'kwam ik in aanraking met allerlei andere vormen van kunst, er vond een soort van kruisbestuiving plaats. Je leert van andere disciplines hoe je ook tegen zaken kunt aankijken en anders kunt benaderen. Je hebt zoveel inspiratiebronnen om je heen.'

Punkfotograaf
Pas rond zijn achttiende/negentiende jaar begon Tabak te fotograferen. Via via kwam hij ooit eens in een donkere kamer terecht en vanaf het moment dat hij deze magie aan den lijve ondervond, wist hij meteen dat hij dit ook wilde. Zijn studie aan de Rietveld volgde hij van 1974 tot 1979. Terwijl hij de studie volgde, was hij al druk met fotografieopdrachten. Hij mocht voor muziekkrant Oor gaan fotograferen en dat was midden in de roerige opkomst van de punk, eind jaren 70/begin jaren 80. Sommigen van zijn concertfoto's zijn van absolute wereldklasse. Dat vindt hij nog steeds. Temeer omdat dergelijke platen nu onmogelijk nog gemaakt kunnen worden. Tabak begaf zich gewoon met groothoek tussen de muzikanten op het podium, terwijl je nu - op een kluitje met tachtig andere fotografen - ergens op een afstand met een telelens staat te kloten. En dat maar drie nummers lang. De concertfotografie bestaat niet meer, is gedevalueerd tot een schijnvertoning van amateurs. Eigenlijk wil de fotograaf ook helemaal niet over concertfotografie meer praten.

Het vak is gedevalueerd
Maar behalve de muzikanten in actie, fotografeerde Tabak natuurlijk ook de bands backstage, in de studio en op hotelkamers. Deze foto's zijn stuk voor stuk als van zijn hand herkenbaar. Het zijn beeldmonumenten geworden die nog opvallend vaak de revue passeren wanneer er een bepaalde band/artiest besproken wordt. Kees Tabak bevond zich midden in een periode waarin er muzikaal van alles veranderde en hij er voor de volle honderd procent voor ging.

'Je moet er ook volledig voor gaan, het kan niet half. Het is geen baantje van acht tot vijf, je zult ongelooflijk hard door moeten pezen wil je jezelf onderscheiden als fotograaf. Want ook het vak an sich is gedevalueerd. Iedere boerenlul noemt zich fotograaf en er studeren er aan de opleidingen hele volksstammen tegelijk af. Dat is de doodsteek voor de fotografie. Je moet wel verdomd goed zijn en alles opzij willen zetten, wil je nog komen bovendrijven.'

Portretteren
Langzaam maar zeker heeft Tabak zich ontwikkeld tot een portretfotograaf van formaat. Wie muzikanten zo boeiend kan portretteren, kan dat natuurlijk ook met 'andere mensen'. Zijn werkterrein werd uitgebreid met opdrachten voor andere platformen dan OOR alleen. Voor de Nieuwe Revu heeft Tabak veel werk gedaan. In het veld. En ook hier bleven de platen onmiskenbaar zijn unieke signatuur dragen.

Photoshop pionier
Als één van de eerste zag Kees Tabak de mogelijkheden van Photoshop. Hij durft zichzelf dan ook een meester van de nabewerking met dit programma te noemen. Zijn kunde op dit terrein heeft hem midden en eind jaren negentig vooral geholpen om veel reclameopdrachten binnen te slepen. 'Er waren er nog niet zoveel, die zich op het terrein van de Photoshopbewerking begaven. Daar was ik echt op tijd bij. De art directors geilden enorm op de visuele trucjes die je met shoppen kon uithalen. Vandaag de dag staat men er niet meer zo van te kijken, maar destijds was het baanbrekend!'

Snel kunnen handelen
Toch noemt hij zichzelf een portretfotograaf. Als portretfotograaf ben je een regisseur. Een stuk gedegen voorbereiding van essentieel belang en je dient als maker van het beeld verdomd goed te weten wat je wilt. Als je dat weet, dan levert dat ook de beste foto's op. Niet gaan lopen zoeken en twijfelen. Dat slaat over op de persoon die je moet fotograferen.

'Vaak heb ik niet echt lang de tijd voor een portret. De mensen die ik fotografeer zijn over het algemeen lieden met een volle agenda. Dus de klus moet tussen een kwartier en vijfentwintig minuten toch meestal wel geklaard zijn. Tja, dan heb ik niet de tijd om een uitgebreid voorgesprek te gaan voeren om het model op zijn of haar gemak te krijgen. Dus die klik moet ik al heel snel proberen te maken. Ik ben daar blijkbaar gewoon erg goed in, want het lukt me vrijwel altijd. Kwestie van goed regisseren dus ook.'

Werken met licht
'Op locatie heb ik snel gezien wat ik met het licht wil. Waar mogelijk combineer ik het liefst het bestaande licht (bijvoorbeeld door een raam komend) met kunstlicht. De hoeveelheid lampen die ik dan gebruik is geheel afhankelijk van de situatie die ik aantref. Zoals in wezen alles daarvan afhankelijk is. Dus dat kan soms met één lamp zijn, maar soms ook meerderen. Ik pas mij aan de omgeving aan. Licht is een boeiende materie, vooral op locatie. In de studio heb je het meer onder controle natuurlijk. Maar op locatie met licht werken is ontzettend leuk. Als je het in de vingers hebt uiteraard. Ik werk met alle vormen van licht. Soms flits ik lichtjes in met een reportageflitser, terwijl er ook nog andere lampen op staan. Of ik gebruik soms ringflits om in te flitsen. de mogelijkheden zijn legio!'

Kleur en zwart-wit
Wanneer een portret geslaagd is, kan hij niet exact duiden. Het gefilosofeer van kijken in de ziel door de ogen, vindt hij maar gelul. Uiteindelijk, na even nadenken, zegt de fotograaf: 'Als het eendimensionale eraf is, dan is een portret geslaagd.'

Wat opvalt is dat Tabak steeds meer in kleur is gaan werken. Zijn antwoord is van een wonderschoon filosofisch gehalte: 'Kleur is gewoon helemaal van deze tijd. Dat is toch volkomen duidelijk!'

Gevraagd naar zijn voorkeur zwart-wit of kleur: 'Zwart-wit. Maar laten we er geen doekjes om winden, zwart-wit is ook gemakkelijker. Kleur is stukken moeilijker hoor.' Vroeger ging zijn voorkeur uit naar zwart-wit omdat het goedkoper was. 'Kleur was gewoon niet te betalen, hahahaha...'

Over de toekomst van de fotografie is hij tamelijk somber: 'Zoals gezegd is het vak behoorlijk gedevalueerd. De fotografie staat op de 187e plaats van slechtst verdienende beroepen. Het zal mijn tijd wel duren, maar er gaan echt veel koppen rollen heb ik het idee. En ach, misschien dat dan het kaf zich weer van het koren scheidt...'